|
Versie: 2.3, Consensus based 2015-07-10 , Verantwoording: Landelijke Werkgroep Longtumoren, Type: Landelijke richtlijn
Aanbevelingen
Literatuurbespreking
Conclusies
Overwegingen
Uitgangsvraag
Wat zijn risicofactoren voor het ontstaan van longcarcinoom?
Verschillende factoren dragen bij aan het ontstaan van longcarcinoom. Dat zijn roken [Molina 2008769], chronische obstructieve longziekten (COPD) [Collins 2007748], asbest expositie, luchtverontreiniging zoals fijnstof (fine particles) met een aerodynamische diameter van 10 (PM10) of zelfs van 2,5 micrometer, en genetische factoren [Molina 2008769, Pleasance 2010779]. Roken is de allerbelangrijkste factor, vooral voor het kleincellig longcarcinoom en het plaveiselcelcarcinoom. Voor adenocarcinomen is naast roken luchtverontreiniging een heel belangrijke bijdragende factor. Volgens een grote Europese studie is het longcarcinoom risico geassocieerd met luchtverontreiniging (HR 1,22; 95% BI., 1,03-1,45) per 10 μg/m3 toename in PM10. Dat risico is lager dan het risico door roken waarvoor het relatieve risico 23,3 en 12,7 is voor respectievelijk de huidige mannelijke en vrouwelijke rokers [Raaschou-Nielsen 2013780]. Toch is het totale risico door luchtverontreiniging groot, gezien het feit dat iedereen hieraan is blootgesteld. De risico's op longcarcinoom in Nederland zijn voor 80 tot 85% aan roken gerelateerd en voor tenminste 8% aan fijnstof, in het bijzonder bij de adenocarcinomen [WHO 2009; Beelen 2014739]. Ongeveer 10% van de rokers ontwikkelt gedurende zijn of haar leven longcarcinoom.
Roken en niet-roken gerelateerd longcarcinoom zijn onderscheiden ziektebeelden met een verschillend beloop, een verschillend spectrum aan DNA mutaties; deze ziekten hebben verschillende behandelingen nodig.
|