|
Versie: 2.3, Evidence based 2015-07-10 , Verantwoording: Landelijke Werkgroep Longtumoren, Type: Landelijke richtlijn
Aanbevelingen
Literatuurbespreking
Conclusies
Overwegingen
Uitgangsvraag
Wat is de incidentie van longcarcinoom in Nederland?
Per jaar wordt bij ruim 12.000 nieuwe patiënten een longcarcinoom gediagnosticeerd; bij ongeveer 85% van hen gaat het om een NSCLC (http://www.cijfersoverkanker.nl/, mei 2014). In 2012 werd bij 6.947 mannen en 4.924 vrouwen longcarcinoom gediagnosticeerd. Het totaal aantal patiënten met longcarcinoom nam tussen 2000 en 2012 met 32% toe van 9.022 naar 11.871. Bij mannen was de toename in deze periode 6% en is longcarcinoom nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak door kanker (27%). Bij vrouwen verdubbelde in dezelfde periode het aantal nieuwe gevallen en is longcarcinoom inmiddels verantwoordelijk voor 20% van de totale kankersterfte. In 2006-2010 was de 1-jaarsoverleving van alle patiënten met NSCLC 44%; de 5-jaarsoverleving bedroeg 17% (http://www.cijfersoverkanker.nl/).
Bij diagnostiek blijkt het merendeel van de patiënten reeds een gemetastaseerde ziekte te hebben. Slechts 20% van de patiënten komt in aanmerking voor een resectie van de tumor. De overige patiënten komen niet hiervoor in aanmerking, doordat de tumor zich locoregionaal heeft uitgebreid of is gedissemineerd. In het eerste geval is chemoradiotherapie en soms chirurgie mogelijk; in het laatste geval wordt een systemische behandeling gebruikt. Bij oligometastasen kan een lokale therapie worden toegevoegd. Een gedeelte van de potentieel resectabele patiënten komt vanwege co-morbiditeit, beperkte functionele reserve en slechte performance status niet in aanmerking voor een chirurgische behandeling omdat het risico op overlijden of blijvende invaliditeit te groot wordt geacht [Damhuis 1996120; Janssen-Heijnen 1998278]. Er zijn slechts kleine verschuivingen in de verdeling van ziektestadia, onder andere door diagnostische vooruitgang en de nieuwe stadiumindeling van NSCLC (zie bijlage 18)
|