|
Laatst gewijzigd: 2017-05-01, Versie: 2.0, Verantwoording: Werkgroep Richtlijn detecteren behoefte psychosciale zorg, Type: Landelijke richtlijn
Aanbevelingen
Literatuurbespreking
Conclusies
Overwegingen
Basale psychosociale zorg* Basale psychosociale zorg omvat de volgende aspecten: voorlichting (zoals het geven van informatie over de ziekte en behandeling en over de mogelijke klachten die daardoor kunnen ontstaan); communicatie (zoals het professioneel voeren van een slecht nieuwsgesprek); beslissingsondersteuning bij behandelkeuzes; emotioneel steunen bij en normaliseren van klachten; het detecteren van distress, problemen en de behoefte aan gespecialiseerde zorg voor psychosociale en fysieke problemen en het verwijzen op grond van gesignaleerde problemen; en het informeren over en stimuleren van zelfmanagement methodes, laagdrempelig lotgenotencontact en professionele psychosociale zorgmogelijkheden. Basale psychosociale zorg behoort tot het terrein van de medisch specialist, huisarts, verpleegkundigen/verpleegkundig specialisten, POH-GGZ’ers en paramedische zorgverleners.
Behandelperiode Met (curatieve en palliatieve) behandelperiode wordt de periode van actieve behandeling bedoeld. Hieronder vallen de chirurgie, radiotherapie, chemotherapie, doelgerichte (targeted) therapie en immunotherapie. De onderhoudsbehandeling met hormoontherapie valt voor deze richtlijn niet onder de actieve behandelperiode.
Controleperiode De periode na afsluiten van de behandelperiode, waarin mensen met kanker op regelmatige basis (volgens de betreffende tumorspecifieke richtlijn) voor controle hun medisch specialist of huisarts bezoeken om na te gaan of er geen sprake is van een recidief, tweede tumor of progressie en om zicht te houden op hun kwaliteit van leven. Behandeling met hormoontherapie valt voor deze richtlijn onder deze periode.
Convergente validiteit Convergente validiteit beschouwt de samenhang tussen de resultaten van het oorspronkelijke onderzoek en de resultaten van gelijksoortig onderzoek. Hoe hoger de correlatie, hoe meer valide de test.
Divergente validiteit Divergente validiteit beschouwt de samenhang tussen de resultaten van het oorspronkelijke onderzoek en de resultaten van ander onderzoek. Hierbij geldt dat de correlatie zoveel mogelijk rond het nulpunt moet liggen, voor een meer valide test.
Distress Er is voor het woord ‘distress’ geen goede Nederlandse vertaling. Met distress wordt bedoeld: een onplezierige emotionele ervaring van psychologische (cognitief, gedragsmatig, emotioneel), sociale en/of spirituele aard die kan interfereren met het vermogen om effectief om te gaan met kanker, de daarbij horende fysieke symptomen en de behandeling. Distress kan variëren van normale gevoelens van kwetsbaarheid, verdriet en angst tot gevoelens van depressie, paniek, sociale isolatie en spirituele crisis die het functioneren verstoren (National Comprehensive Cancer Network guideline, www.nccn.org).
Empowerment* Het vinden en ontwikkelen van de eigen kracht.
Inloophuizen Laagdrempelige ontmoetingsplekken die op verschillende manieren ondersteuning bieden tijdens en na de ziekte in de vorm van activiteiten. Ook kunnen mensen er terecht met vragen en ze kunnen er lotgenoten ontmoeten. Een aantal inloophuizen biedt ook professionele psychosociale begeleiding (http://www.ipso.nl/).
Interne consistentie Interne consistentie is de statistische maat die een schatting geeft van de betrouwbaarheid van een instrument gebaseerd op één testafname. Cronbach’s coefficient alpha wordt vaak gebruikt om interne consistentie aan te geven, dat wil zeggen de mate waarin meerdere items samen één schaal vormen. Dit wordt getoetst op basis van de onderlinge correlatie van de verschillende items. Een vaak toegepaste vuistregel is dat een Cronbach's alpha coëfficiënt van 0.70 of groter duidt op een betrouwbaar instrument voor gebruik op groepsniveau; een waarde boven de 0.90 duidt op een betrouwbaar instrument voor gebruik op individueel niveau.
Klinische relevantie Klinische relevantie geeft aan of men kan spreken van winst voor de patiënt, zoals gezondheidswinst of kwaliteit van levenswinst.
Mensen met kanker Mensen met kanker of mensen die kanker hebben gehad.
Monitoring Inzicht verkrijgen in verandering over tijd (van distress, problemen, klachten, symptomen en/of een zorgbehoefte/verwijswens).
NPV De negatief voorspellende waarde (NPV) van een test is de kans dat een persoon met een negatieve testuitslag de ziekte of aandoening daadwerkelijk niet heeft.
Paramedische zorgverleners In deze richtlijn wordt met paramedische zorg, zorg bedoeld voor fysieke problemen ten gevolge van de ziekte kanker door zorgverleners, zoals de fysiotherapeut, diëtist, ergotherapeut, logopedist, seksuoloog en huid/ oedeemtherapeut en niet van paramedici met een achtergrond zoals doktersassistent, laborant, technicus e.d.
Primaire zorgverleners Het betreft hier de artsen (medisch specialisten, inclusief de huisarts) en de verpleegkundigen/verpleegkundig specialisten.
Psychosociale oncologische zorg Het geheel aan activiteiten dat ontplooid wordt om een persoon met kanker en diens naasten te ondersteunen in het streven naar behoud en verbetering of herstel van kwaliteit van leven op lichamelijk, psychisch, sociaal, maatschappelijk en spiritueel/levensbeschouwelijk gebied (zowel tijdens de curatieve behandeling van de ziekte en in de periode daarna als tijdens de palliatieve (ziekte- en symptoomgerichte) behandeling en in de terminale fase). Voor naasten betreft dit ook de periode na overlijden van de patiënt (rouwverwerking). Daarnaast richt psychosociale zorg zich op het “empoweren‟ en de bevordering van zelfmanagement van de patiënt (en dienst naasten).
Screening Het onderscheiden van patiënten met klinisch verhoogde distress, problemen, klachten, symptomen of zorgbehoefte/verwijswens (cases) ten opzichte van patiënten zonder dergelijke klinisch verhoogde klachten (non-cases) op basis van een afkapscore.
Sensitiviteit De sensitiviteit van een test is het percentage van de populatie met de desbetreffende ziekte of aandoening (in dit geval, een klinisch relevant niveau van distress) dat door de test wordt geïdentificeerd. Hoe hoger de sensitiviteitt van een test, hoe groter de kans dat iemand die de ziekte/aandoening wel heeft, een positief testresultaat krijgt (weinig vals negatieve uitslagen).
Signalering Het constateren van de ernst en aard van distress, problemen, klachten, symptomen en/of een zorgbehoefte/verwijswens en er vervolgens op attenderen door het geven van een signaal.
Specificiteit De specificiteit van een test is het percentage van de populatie zonder de desbetreffende ziekte of aandoening (in dit geval, een klinisch relevant niveau van distress) dat door de test wordt geïdentificeerd. Hoe hoger de specificiteit van een test, hoe groter de kans dat iemand die de ziekte/aandoening niet heeft, een negatief testresultaat krijgt (weinig vals positieve uitslagen).
PPV De positief voorspellende waarde (PPV) van een test is de kans dat een persoon met een positieve test uitslag de ziekte of aandoening daadwerkelijk heeft.
Specialistische psychosociale zorg* Specialistische psychosociale oncologische zorg is een koepelterm en bestaat uit psychosociale ondersteuning en psychologische zorg. Psychosociale ondersteuning is vooral gericht op emotionele en praktische ondersteuning bij (relatief) eenvoudige problemen van psychische en sociale aard. Psychologische zorg is vooral gericht op het behandelen van psychische problemen/stoornissen onder andere in het kader van de Generalistische Basis GGZ (GBGGZ) en gespecialiseerde GGZ (SGGZ).
Triage Het bepalen van met hoeveel spoed een patiënt onderzocht en behandeld moet worden, de wijze waarop de hulpvraag het beste kan worden beantwoord en door wie die patiënt gezien moet worden. Het betreft een proces volgens vooraf vastgestelde richtlijnen voor verwijzing en behandeling. Een voorbeeld is het stroomschema in deze richtlijn.
Verpleegkundige in de thuissituatie Onder verpleegkundige in de thuissituatie verstaan we zowel een 'Wijkverpleegkundige' van niveau 5 (=HBO) als een 'Verpleegkundige in de wijk' van nivea 4 (=MBO).
Zelfmanagement* Het zelf kiezen in hoeverre iemand de regie over het leven in eigen hand wil houden en mede richting wil geven aan de wijze waarop beschikbare zorg wordt ingezet om een zo optimaal mogelijke kwaliteit van leven te bereiken of te behouden.
*Visie psychosociale oncologische zorg op maat
|